|
De
laatste jaren kunnen we binnen de zorginstellingen waarnemen dat de
opgenomen cliënten een toenemende hulpbehoevendheid laten zien. Dit heeft
grotendeels te maken met de vergrijzing van onze bevolking. De verwachting
is dat dit de komende jaren verder door zal zetten. Dit betekent dat de
medewerkers in de gezondheidszorg meer en meer te maken krijgen met het
verlenen van een intensiever wordende zorg.
Om deze zorg verantwoord te kunnen aanbieden zullen de medewerkers
voldoende middelen in handen moeten krijgen.
Alleen zó kan het risico van fysieke overbelasting en een afnemende
kwaliteit van zorg tot een minimum beperkt blijven.
Mijn
visie wordt in het volgende stukje weergegeven. Hierin wordt een beleving
beschreven van mensen die, al dan niet tijdelijk, gedwongen zijn in een
instelling te verblijven.
Ik
heb mijn huis moeten verlaten
Mijn lichaam laat mij in de steek
Ik voel me afhankelijk van de ander
Ik ben overgeleverd aan zijn hulp .
Maar laat de ander in zijn begeleiding voelen
Dat ik nog steeds een volwaardig persoon ben
Dan heb ik hem misschien wel nodig
Maar verlies ik mezelf niet.
In mijn
instelling werd ik geconfronteerd met verzorgings-en
verplaatsingsproblematiek die mij verbaasde. De verzorging gaf aan dat het
staan met een cliënt erg zwaar was, terwijl dezelfde persoon bij de
fysiotherapie zelfstandig door de brug kon lopen.
Bij een andere cliënt bleek de ochtendzorg erg belastend te zijn. Alleen mijn
meekijken zorgde er al voor dat er op een andere manier werd verzorgd.
Volgens de verzorgende daarentegen had deze persoon toevallig een goede
dag.
Ik geloofde niet in deze toevalligheden; de benadering was de bepalende
factor!
Het
getrek en gesjor aan mensen geeft een belastingstoename voor zowel de
hulpverlener als de cliënt, terwijl dit niet nodig is. Als de hulpverlener
het aangeleerde helpen kan veranderen in een waarlijk begeleiden ( het
uitnodigen tot zelfactiviteit en samenwerking), dán zal het verzorgen
minder belastend zijn.
Wanneer de cliënt wordt aangesproken op zijn eigen mogelijkheden, zal zijn
onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid behouden blijven.
Indien
de eigen mogelijkheden zo beperkt zijn geworden dat de cliënt daarop niet
meer kan worden aangesproken, behoren hulpmiddelen zoals tilliften en glijzeilen
gebruikt te worden. De beslissing welk hulpmiddel op welk moment gebruikt
dient te worden moet op basis van gevoelde en gekende belastingsgrenzen
genomen worden. Ook bij het gebruik van hulpmiddelen blijft de benadering
essentieel.
Het gaat er niet om hoe de mens verplaatst wordt, maar hoe de
mens verplaatst wordt.
Tevens zal een juiste omgang met hulpmiddelen van belang zijn ten aanzien
van de belasting van de hulpverlener. Een onjuist omgaan met deze
hulpmiddelen kan zelfs overbelasting veroorzaken.
Om open
te kunnen staan voor een andere begeleidingsattitude is het van belang dat
de deelnemers aan den lijve geconfronteerd worden met hun huidige
benadering. Dan pas kan het proces van het afleren van deze huidige
benadering en het aanleren van een andere begeleidingsattitude beginnen.
|